IQ – scores
Onderstaande tabel indiceert welke IQ - equivalenten te koppelen zijn aan bepaalde groeperingen in een samenleving.
Het goed lezen van de tabel houdt in dat een bepaald IQ - equivalent doorgaans te koppelen is aan een bepaalde criteriumgroep.
| IQ- equivalent | (voornaamste) criteriumgroep | cognitieve aanduiding |
| | | |
| < 70 | verstandelijke gehandicapten | zwakbegaafd |
| 80 - 90 | ongeschoolden | laagbegaafd |
| 90 - 100 | MBO geschoolden; praktisch | onder gemiddeld |
| | | |
| 100 - 110 | MBO geschoolden; theoretisch | boven gemiddeld |
| 110 - 125 | HBO geschoolden | Intellectueel |
| 125 - 145 | Universitair geschoolden | Hoogbegaafd |
| 145 - 160 | professoren | zeer hoogbegaafd |
| > 160 | genie | zeer hoogbegaafd |
IQ – meting
Het meten van intelligentie gaat aan de hand van een test die vooraf is gegaan aan een grote, betrouwbare steekproef. Hierbij worden verschillende facetten van het menselijk brein getoetst. Er is onderscheidt te maken tussen aselecte steekpoef testen en selecte steekproef testen. Een aselecte test is tot stand gekomen door een grote steekproef op willekeurige individuen van de populatie te houden en zodoende zijn hier, afgezien van de leeftijd geen overige, te handhaven criteria voor. Voor het creëren van een selecte steekproef is een vastgestelde doelgroep nodig. Een aselecte test is veelal het meest kwalitatief.
Daarnaast is het van groot belang dat testen 'gestandaardiseerd' zijn.
Dit houdt in dat de IQ- equivalenten met de bijbehorende scores op een test bepaald worden aan de hand van een normaalkromme, hetgeen een wiskundig meetinstrument is voor een normale verdeling.Feit is dat IQ scores normaal verdeeld zijn en IQ - metingen bepaald moeten worden aan de hand van een normaalkromme.
Omdat het overgrote deel van de IQ testen die op internet worden aangeboden niet voldoen aan het bovenstaande, ontstaan er de meest weerzinwekkende uitslagen op deze testen.
Veel psychologen keuren dit dan ook sterk af, omdat veel mensen die een dergelijke test ondergaan een verdisconteerde of niet correcte uitslag zullen verkrijgen.
IQ – meting voor zeer hoge intelligentie quotiënten
Naarmate een gemeten intelligentie quotiënt rond of boven de 170 is, komt de betrouwbaarheid van de uitslag in het geding.
Momenteel zijn er nog te weinig mogelijkheden voor handen voor het meten van dergelijke capaciteiten, wat wordt veroorzaakt door de afwezigheid van voldoende testen met een grote range, alsmede het aantal mensen dat heeft meegewerkt aan deze testen.
Hierdoor is het meten van zulke quotiënten heden ten dagen nu nog meer een statische aangelegenheid dan een zuivere.
Het begrip percentiel
Wellicht is dit begrip u vaker ter oren gekomen. Letterlijk betekent het: "een punt in een gesorteerde reeks getallen ". Dit begrip heeft dan ook de meest uiteenlopende toepassingsmogelijkheden.
Gekoppeld aan de IQ - equivalenten levert dit het volgende beeld op als we als voorbeeld een gestandaardiseerde IQ - test present hebben, met standaardafwijking 16, gemiddelde 100 en we werken met een normaalkromme.
| IQ- equivalent | percentiel | In dit voorbeeld behaalt slechts 100% -/- 82% = 18 % van de mensen het IQ 115 of hoger |
| | | |
| 100 | 50 | |
| 115 | 82 | |
| 130 | 96 | |
| 145 | 99,7 | |
|